‘Wat wil je worden als je later groot bent?’ Als kind krijg je die vraag vaak. Maar hoe ouder je wordt, hoe minder vaak het gebeurt. Begrijpelijk, maar toch: ook als je volwassen bent, is het goed om na te denken over je toekomst.
We willen nu ons werk kunnen doen, maar ook op latere leeftijd actief en fit zijn. Duurzame inzetbaarheid vraagt dat je loyaal bent aan je latere zelf: in staat om gezond, productief en met plezier huidig en toekomstig werk te doen. Want het gaat niet alleen om het nu, maar vooral om de toekomst (Van Vuuren, 2024).
Werknemers zelf en hun directe leidinggevenden, management en HR-vertegenwoordigers kunnen ingrijpen om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het is belangrijk om te beseffen dat het bevorderen van duurzame inzetbaarheid niet alleen gaat om maatregelen om slijtage, disfunctioneren en ziekteverzuim te voorkomen. Het gaat ook om maatregelen die bijdragen aan het versterken van ieders loopbaan, het functioneren, gezondheid en welbevinden, en die gericht zijn op de omstandigheden en randvoorwaarden waaronder het werk wordt gedaan. Deze maatregelen zijn erop gericht om langer te kunnen doorwerken en optimaal te kunnen functioneren. Je hoeft immers niet ziek te zijn om beter te worden (Van Vuuren, 2012).
In deze lezing komen de volgende onderwerpen aan bod:
- Hoe kan ik loyaal zijn aan mijn latere zelf?
- Wat is duurzame inzetbaarheid?
- Welke maatregelen kunnen mijn duurzame inzetbaarheid vergroten?
- Wat ga ik doen om loyaal te zijn aan mijn latere zelf?