23. ARTICULEREN NA EEN CHIRURGISCHE INGREEP VOOR TONGKANKER: RESULTATEN VAN EEN LONGITUDINALE STUDIE

23. ARTICULEREN NA EEN CHIRURGISCHE INGREEP VOOR TONGKANKER: RESULTATEN VAN EEN LONGITUDINALE STUDIE

23. ARTICULEREN NA EEN CHIRURGISCHE INGREEP VOOR TONGKANKER: RESULTATEN VAN EEN LONGITUDINALE STUDIE

THOMAS TIENKAMP, ROB VAN SON, MARTIJN WIELING, MAX WITJES, SEBASTIAAN DE VISSCHER, DEFNE ABUR

Centrum voor Taal en Cognitie, Rijksuniversiteit Groningen, Groningen

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMC Groningen, Groningen

NKI-AVL, Amsterdam

 

Introductie

Een chirurgische ingreep voor tongkanker kan de beweeglijkheid en controle van de tong verminderen, wat leidt tot slik- en spraakproblemen. Hoewel duidelijk kunnen spreken voor patiënten een topprioriteit is (Tschiesner et al., 2013), is er weinig bekend over hoe chirurgie de articulatie, de bewegingen van de tong, kaak en lippen, beïnvloedt.

 

Doelstelling

Het doel van dit onderzoek was de articulatie en resulterende spraak van patiënten die chirurgisch behandeld werden voor een T1–T2 tongrandcarcinoom pre- en postoperatief in kaart te brengen. De focus lag op klanken die vaak problemen geven na chirurgie: de s-klanken in sok en shock.

 

Methode

Articulatie- en audiodata werden verzameld bij 12 patiënten (8M, 4V) met een T1- of T2-tongrandcarcinoom, preoperatief en 6, 12 en 18 maanden postoperatief. Elf controlesprekers (7M, 4V) namen eenmalig deel. Articulatiepatronen werden vastgelegd met elektromagnetische articulografie, waarbij kleine sensoren op de tong, kaak en lippen de bewegingen tijdens de spraak registreren. Beide s-klanken werden in zinsverband geproduceerd en geanalyseerd met linear mixed-effects regressie.

 

Resultaten

Postoperatief maakten patiënten met de tong significant minder onderscheid tussen de twee s-klanken dan preoperatief. Zij compenseerden door de lippen meer te gebruiken. In de geproduceerde spraak zelf werden geen significante akoestische verschillen gevonden.

 

Conclusie

Chirurgische behandeling voor T1–T2 tongrandcarcinomen leidt tot goede spraakuitkomsten. Op articulatieniveau bleken patiënten in staat om “meer met minder” te doen, aangezien de spraakkwaliteit behouden bleef ondanks verminderde tongmobiliteit. De beschreven compensatiestrategieën kunnen in de toekomst de basis vormen voor evidence-based spraaktherapie, die voor deze patiëntengroep nog steeds ontbreekt.

 

Literatuur

Tschiesner, U., Sabariego, C., Linseisen, E., Becker, S., StierJarmer, M., Cieza, A., & Harreus, U. (2013). Priorities of head and neck cancer patients: A patient survey based on the brief ICF core set for HNC. European Archives of Oto-RhinoLaryngology, 270(12), 3133–3142.

Zoeken binnen de hele website.

Open/Sluit
Snel menu