Programma: Donderdag 6 november 2025

MKA_2025
NVMKA Najaarscongres 5 - 7 november 2025
Vrijdag 7 november 2025
09:00
- 09:45
Ontvangst, registratie en expositiebezoek
09:45
- 09:50
Welkomstwoord lokale organisatie
09:50
- 10:00
Welkomstwoord door de Burgemeester van Zwolle Peter Snijders
10:00
- 10:05
Opening van het congres door de voorzitter NVMKA, prof. dr. Eddy Becking
10:05
- 11:00

Surgical practice is guided largely by clinical experience and tradition, with evidence generated from experimental studies often distrusted. The observational nature of experience and tradition may lead to bias, and less biased experimental evidence often contradicts the observational evidence. This lecture will make the case for surgeon bias in surgical decision making, and the need to generate and recognise experimental evidence as a less biased estimate of surgical effectiveness.

Dit is een online sessie inclusief Q&A.

Professor Ian Harris AM MBBS, MMed (Clin Epi), MSc (HDS), PhD, FAHMS, FRACS

Orthopaedic Surgeon, Sydney, Australië

11:00
- 11:30
Pauze en expositiebezoek
11:30
- 12:00

Jacco Vonhof

Voorzitter ondernemersorganisatie MKB-Nederland

12:00
- 12:30
Sessie I - Vrije voordrachten
Voorzitters: Erik Baas en Barzi Gareb
12:01
- 12:10

G.M. RAGHOEBAR, B. VAN MINNEN, J.M. ALBERGA, A. VISSINK, H.J.A. MEIJER

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMC Groningen, Groningen

 

Introductie

Het plaatsen van implantaten is een betrouwbare behandeling. Wanneer een implantaat verloren gaat, wensen patiënten vaak opnieuw een implantologische rehabilitatie. Hiervoor is meestal reconstructie van het botdefect noodzakelijk. Deze studie evalueert de uitkomsten van het direct reconstrueren van het defect na explantatie van het implantaat, gevolgd door plaatsen van een  implantaat na genezing. Dit vermindert het aantal ingrepen en onderstreept het principe less is more.

Methode

De procedure werd toegepast in drie regio’s: in de edentate bovenkaak (26 patiënten, 117 implantaten), in het esthetisch gebied (22 patiënten, 22 implantaten), en in de zijdelingse delen van de onderkaak (10 patiënten, 10 implantaten). De implantaten werden geplaatst na een genezingsperiode van vier maanden; na de osseointegratiefase werd de prothetische restauratie vervaardigd. De follow-up varieerde van 1 tot 11 jaar. Implantaatoverleving, complicaties, klinische en röntgenologische parameters, en patiënttevredenheid werden geregistreerd. In alle gevallen was het botvolume toereikend voor het plaatsen van een implantaat. De implantaatoverleving bedroeg 94% in de edentate bovenkaak en 100% in de esthetische regio en de zijdelingse delen van de onderkaak. Het marginale botverlies was bij alle drie procedures gering  (0,3±0,5mm) met gezonde weke delen en lage scores voor plaque- en bloeding. De patiënttevredenheid en esthetische beoordeling waren hoog.

Conclusie

Directe reconstructie na explantatie is veilig en voorspelbaar. Door minder ingrepen zijn succes en patiënttevredenheid ook haalbaar: less is more!

12:10
- 12:20

THOMAS VAN DE WINKEL1, FRANS DELFOS2, OLLEKE VAN DER HEIJDEN2, LUC VERHAMME1, EWALD BRONKHORST2, GERT MEIJER1,2

1Afdeling Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Radboud UMC, Nijmegen

2Afdeling Tandheelkunde, Radboud UMC, Nijmegen

 

Introductie en doelstelling

Vervaardiging van conventionele overkappingsprotheses op implantaten (C-IOD) is een intensief proces voor patiënt én zorgverlener. Toepassing van een digitale workflow kan dit traject terugbrengen tot slechts drie sessies.

Doel was aan te tonen dat een digitaal gefabriceerde overkappingsprothese (3D-IOD) niet onderdoet voor een C-IOD wat betreft Patient-Reported Outcome Measures (PROMs), en bovendien kostenefficiënter is. Daarnaast werd onderzocht of verkorte versies van de Oral Health Impact Profile (OHIP) vragenlijst, zoals de OHIP-5 en OHIP-14, vergelijkbare resultaten opleveren.

Materiaal en methoden

In deze blinde, gerandomiseerde cross-overstudie werden 36 patiënten geïncludeerd. Iedere deelnemer startte met óf de C-IOD óf de 3D-IOD. Na twaalf maanden werd overgestapt naar het andere prothese-type, dat vervolgens opnieuw twaalf maanden werd gedragen.

Bij aanvang van het onderzoek, na één jaar en bij afloop werden gevalideerde vragenlijsten over patiënttevredenheid afgenomen, waaronder de OHIP-20. Daarnaast werd een methodologische vergelijking uitgevoerd waarbij items van de OHIP-5 werden gedestilleerd uit de OHIP-20, waarna de gemiddelde OHIP-scores met elkaar werden vergeleken.

Resultaten

Ten opzichte van de C-IOD liet de 3D-IOD per OHIP-20-vraag een significante verbetering van 0,26 punt zien (p < 0,001). Vooral de domeinen ’functionele beperking’, ’lichamelijke pijn’, ’lichamelijk ongemak’ en ’lichamelijke beperking’ scoorden significant beter. De OHIP-5-items correleerden met de OHIP-20-domeinen ’functionele beperking’ en ’lichamelijke pijn’, maar niet met ’psychologisch ongemak’.

Conclusie

Patiënten zijn met een 3D-IOD minstens zo tevreden als met een C-IOD, terwijl de digitale variant bovendien goedkoper is. Dit effect van “less is more” gaat echter niet op voor het reduceren van het aantal OHIP-vragen.

Referenties

  • Van de Winkel T, Delfos F, van der Heijden O, Bronkhorst E, Verhamme L, Meijer G. Fully digital versus conventional workflow: Are removable complete overdentures equally good? A randomized crossover trial. Clin Implant Dent Relat Res. 2025 Feb;27(1):e13398. doi: 10.1111/cid.13398. Epub 2024 Sep 30. PMID: 39350584; PMCID: PMC11739062.
  • Van de Winkel T, Delfos F, van Oirschot B, Maal T, Adang E, Meijer G. Budget Impact Analysis: Digital Workflow Significantly Reduces Costs of Implant Supported Overdentures (IODs). Clin Implant Dent Relat Res. 2025 Feb;27(1):e13413. doi: 10.1111/cid.13413. Epub 2024 Nov 13. PMID: 39538985; PMCID: PMC11798910.

 

Subsidieverstrekker

ZonMW, Projectnummer: 843002808

12:20
- 12:30

A. JUE 1, B.P. JONKER 1, E.B. WOLVIUS 1, J. PIJPE1-2

1Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Erasmus MC, Rotterdam

2Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Catharina Ziekenhuis, Eindhoven

 

 Introductie en doelstelling

Alveolar ridge preservation (ARP) wordt toegepast voor behoud van bot en weke delen. Het doel van deze follow-up studie is het analyseren van de langetermijnstabiliteit van vroeg geplaatste implantaten in de esthetische zone van de maxilla met of zonder ARP.

Materiaal en methoden

In de 5 jaar follow-up van deze multicenter gerandomiseerde gecontroleerde studie werden 75 patiënten benaderd. Voor de oorspronkelijke studie werden elementen in de anterieure maxilla geëxtraheerd en patiënten gerandomiseerd over 3 groepen; 1. ARP met een xenograft en collageen-matrix (CM-groep), 2. ARP met een xenograft en palatumgraft (PG-groep) of 3. spontane genezing (controle). Na 6-8 weken werd een implantaat geplaatst (early placement). Controle was op 6 maanden, 1 jaar en 5 jaar na kroonplaatsing. Overleving, implantaat succes, PROMS, klinische en esthetische parameters werden als uitkomsten geanalyseerd.

Resultaten
In totaal werden 47 patiënten gezien, waarvan één geëxcludeerd omdat er nog geen kroon was geplaatst (CM = 14, PG = 17, controle = 15). De overleving na 5 jaar was 100% in alle groepen. Implantaat succes was 71,4% in de CM groep, 76.5% in de PG-groep en 86,7%  in de controlegroep (p = 0.698). PROMS, klinische en esthetische parameters verschilden niet significant tussen de groepen in de tijd. Er werd hoge patiënttevredenheid gevonden voor de kroon (gemiddelde VAS: CM=8.9, PG=9.0, controle=9.4) en het tandvlees (gemiddelde VAS: CM=8.7, PG=8.2, controle=8.3).

Conclusie
ARP en spontane genezing geven vergelijkbare en stabiele langetermijnresultaten bij early implant placement. Patiënttevredenheid is hoog, zowel met als zonder ARP.

Referenties
Jonker, B. P., Strauss, F. J., Naenni, N., Jung, R. E., Wolvius, E. B., & Pijpe, J. (2021). Early implant placement with or without alveolar ridge preservation in single tooth gaps renders similar esthetic, clinical and patient-reported outcome measures: One-year results of a randomized clinical trial. Clinical oral implants research, 32(9), 1041–1051. https://doi.org/10.1111/clr.13796
Jonker, B. P., Gil, A., Naenni, N., Jung, R. E., Wolvius, E. B., & Pijpe, J. (2021). Soft tissue contour and radiographic evaluation of ridge preservation in early implant placement: A randomized controlled clinical trial. Clinical oral implants research, 32(1), 123–133. https://doi.org/10.1111/clr.13686
Strauss, F. J., Fukuba, S., Naenni, N., Jung, R., Jonker, B., Wolvius, E., & Pijpe, J. (2024). Alveolar ridge changes 1-year after early implant placement, with or without alveolar ridge preservation at single-implant sites in the aesthetic region: A secondary analysis of radiographic and profilometric outcomes from a randomized controlled trial. Clinical implant dentistry and related research, 26(2), 356–368. https://doi.org/10.1111/cid.13297

12:30
- 13:30
Lunch en expositiebezoek
12:30
- 13:30

Tijdens de workshop Insights in Dentsply Sirona’s Digital Universe and AI gaan onze specialisten in op de mogelijkheden van onze cloud oplossing DS Core.

U ervaart zelf:

  • Hoe eenvoudig het is beeldmateriaal uit verschillende bronnen te verzamelen en beoordelen.
  • Beelden en bestanden veilig te delen voor intercollegiaal overleg.
  • Communicatie met uw patiënten te optimaliseren.
  • Boormallen of restauraties te bestellen.
  • Een fully guided implantaatbehandeling inclusief individuele restauratie in 1 zitting uit te voeren met Azento.

 

Tevens nemen we u mee in de wereld van digitale beeldvorming en de rol die AI hierin krijgt en geven we een sneak preview in en de toepassing van MRI in de MKA-chirurgie.

Wij kijken uit naar uw deelname!

12:30
- 13:30

In deze workshop delen CMF-experts van Materialise hun inzichten in de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van gepersonaliseerde chirurgische CMF-guides. Aan bod komen actuele trends zoals Minimal Invasive Approaches, het gebruik van verschillende materialen zoals titanium en polyamide en hun specifieke voordelen. Daarnaast wordt ingegaan op innovatieve technologieën zoals 3D virtuele chirurgische planning en het toepassen van Augmented Reality (AR) en Extended Reality (XR) voor visualisatie.

 

13:30
- 14:00
Sessie II - Vrije voordrachten
Voorzitters: Jurrijn Kleinbergen en Boudewijn Rosenmöller
13:31
- 13:40

PEPIJN J.P. VAN DER AA1, FREDERIKE S. BULT, MAX J.H. WITJES1, ED SCHUURING2, KOOS BOEVE1, SEBASTIAAN A.H.J. DE VISSCHER1, BERT VAN DER VEGT2

1     Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMC Groningen, Groningen

2     Afdeling Pathologie en Medische Biologie, UMC Groningen, Groningen

 

Achtergrond

Betrouwbare prognostische biomarkers zijn cruciaal voor gepersonaliseerde behandeling van het orale plaveiselcelcarcinoom (OSCC). Met behulp van machine learning en pathway-mapping voerden wij een systematische review en meta-analyse uit om klinisch relevante biomarkers te identificeren.

 

Methode

10.603 unieke publicaties werden gescreend via ASReview conform PRISMA- en REMARK-richtlijnen. Uitkomsten waren overleving, ziekte recidieven en lymfekliermetastasen. Biomarkers werden gekoppeld aan ‘Hallmarks-of-Cancer’ pathways; meta-analyses volgden voor markers onderzocht in minstens vijf onafhankelijke studies.

 

Resultaten

Van de 395 geïncludeerde studies werden 392 unieke biomarkers geëvalueerd. Vijf pathways, waaronder EMT, hypoxie, apoptose en apicale juncties, bleken het sterkst geassocieerd met ongunstige uitkomsten. Biomarkers als HIF-1α, GLUT-1 en CD44 toonden significante prognostische waarde, terwijl veelgebruikte markers zoals TP53, p16 en Ki-67 geen onafhankelijke waarde boden.

 

Conclusie

Betrouwbare OSCC-biomarkers weerspiegelen processen als invasie, adaptatie en cel-interactie, niet enkel proliferatie. Deze bevindingen onderstrepen het belang van biomarkerselectie op basis van tumorbiologie. Door slim te selecteren uit verschillende biologische processen, kunnen we met minder biomarkers meer zeggen over de prognose van OSCC-patiënten: minder markers, meer waarde.

 

13:40
- 13:50

CLAIRE VIENERIUS, CARINE LEUNG, PETER KESSLER, CAROLINE SPEKSNIJDER

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Maastricht UMC+, Maastricht

 

Introductie en doelstellingen

Hoofd-halskanker brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van genezing vanwege de impact op functies zoals kauwen, spreken en slikken [1]. Segmentale resectie van de mandibula leidt tot continuïteitsdefecten die reconstructie vereisen voor functioneel herstel. De huidige patiënt specifieke implantaten missen biomechanische analyses in hun ontwerpproces, waardoor onevenredige verdeling van bijtkrachten complicaties kan veroorzaken [2,3]. Segmentale resectie gaat gepaard met verlies van occlusale eenheden en aanhechtingen van kauwspieren.
De doelstelling van het huidige onderzoek is om het verschil in bijtkracht te onderzoeken tussen patiënten die een segmentresectie van de mandibula hebben ondergaan en gezonde individuen. De hypothese is dat de patiëntengroep een significant lagere bijtkracht zal vertonen dan de controlegroep. Tevens worden correlaties tussen bijtkracht en verschillende klinische variabelen geanalyseerd.

 

Materiaal en methode

Er werden 27 patiënten en 51 controles geïncludeerd. Krachttransducers werden gebruikt om de verticale bijtkracht nauwkeurig te meten op het niveau van de premolaren (maximale bijtkracht) en de snijtanden (anterieure bijtkracht). De handknijpkracht in de dominante hand werd gemeten. Klinische variabelen zoals dentale status, leeftijd, geslacht en grootte van resectie werden uit het patiëntendossier gehaald.

 

Resultaten

Patiënten toonden een significant lagere maximale totale (mediaan verschil: 295,45-42,00=253,45N) en anterieure bijtkracht (mediaan verschil: 109,90-24,15=85,75N) in vergelijking met gezonde individuen (p<0,001). De dentale status had een significante impact op de bijtkracht, maar de verschillen bleven significant na correctie voor dentale status. Er werd een correlatie gevonden tussen handknijpkracht en bijtkracht.

 

Conclusie

Deze studie toont de verminderde bijtkracht aan bij patiënten met een segmentale mandibulaire resectie. De correlatie tussen handknijpkracht en bijtkracht suggereert mogelijkheden voor voorspellende modellen.

 

Relevante literatuur

  1. Pare A, Bossard A, Laure B, Weiss P, Gauthier O, Corre P. Reconstruction of segmental mandibular defects: Current procedures and perspectives. Laryngoscope Investig Otolaryngol. 2019;4(6):587-96.
  2. Alasseri N, Alasraj A. Patient-specific implants for maxillofacial defects: challenges and solutions. Maxillofac Plast Reconstr Surg. 2020;42(1):15.
  3. Koper DC, Leung CAW, Smeets LCP, Laeven PFJ, Tuijthof GJM, Kessler P. Topology optimization of a mandibular reconstruction plate and biomechanical validation. J Mech Behav Biomed Mater. 2021;113:104157.
13:50
- 14:00

Sebastiaan A.H.J. de Visscher1, Nathalie Vosselman2, Sander J.C.T. Heijtmeijer1, Joep Kraeima1, Max J.H. Witjes1, Gerry M. Raghoebar1

1     Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMC Groningen, Groningen

2     Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde, UMC Groningen, Groningen

 

Introductie en doelstelling

Patiënten die een lage maxillectomie ondergaan, worden vaak gereconstrueerd met een klosprothese of een complexe, vrije gevasculariseerde botreconstructie. In de afgelopen 6 jaar hebben wij ervaring opgedaan met het direct plaatsen van zygoma implantaten, waarop een prothetische constructie werd gefixeerd, eventueel in combinatie met een vrije lap. Er wordt een overzicht gegeven van ervaringen en de uitkomsten van deze techniek.

 

Materiaal en methode

Sinds 2019 hebben we 26 patiënten behandeld. Voor alle patiënten werd een virtueel chirurgisch plan (VSP) gemaakt, op basis waarvan patiëntspecifieke tumorresectie en implantaat guides werden vervaardigd. Er werden 79 zygoma implantaten en per-operatief 26 implantaat gedragen klosprotheses of bruggen geplaatst. Bij 7 patiënten werd de resectieholte afgesloten met een vrije radialis lap met perforaties voor de geplaatste zygoma implantaten. Primaire uitkomstmaat was succesvolle immediate plaatsing van de prothetische reconstructie. Secundaire uitkomstmaten waren implantaatoverleving, nauwkeurigheid van de implantaatpositie en de tijd tot (volledige) rehabilitatie.

 

Resultaten

De geprinte klosprotheses en bruggen konden bij alle patiënten immediaat worden geplaatst en gefixeerd aan de implantaten. De implantaatoverleving bedroeg 93,7%, met een gemiddelde afwijking van het abutment t.o.v. het 3D-plan van 1,77 (±1,31) mm. De gemiddelde tijd tot definitieve prothetische rehabilitatie bedroeg 5 weken na operatie en bij patiënten met PORT 4 maanden.

 

Conclusie

Het gebruik van zygoma implantaten leidt tot een nauwkeurige, betrouwbare en snelle methode voor immediate prothetische rehabilitatie. Deze techniek leidt tot een eenvoudig en snel prothetisch behandeltraject en verdient daarom overwogen te worden bij deze patiëntencategorie met een beperkte levensverwachting; Less is more!

14:00
- 14:30

Door een systematische digitale work-up, het 3D-printen van templates en provisionals en door het statisch of dynamisch genavigeerd plaatsen van implantaten worden relatief uitgebreide en veelal complexe behandelingen gereduceerd tot korte en voorspelbare procedures. De tijdwinst aan de stoel is voor de patiënt een relevant voordeel, maar betekent voor de behandelaar een navenante tijdsinvestering in het voortraject. De echte winst ligt in het optimaal gebruik maken van de beschikbare anatomie in gecompromitteerde situaties (botdefecten), waardoor de noodzaak voor een augmentatie veel scherper kan worden gesteld. Regelmatig behoort een compromisloze oplossing zonder een augmentatie tot de mogelijkheden, ondanks de aanwezigheid van botdefecten, pneumatisatie of atrofie. Dit betekent minder chirurgische procedures, minder prothetische aanpassingen en een korter behandeltraject.

De MKA-chirurg moet een centrale rol blijven vervullen in de complexe implantologie door het verzorgen van bot- en weke delen augmentaties, niche technieken zoals zygoma en subperiostale (AMSJI) implantaten, maar ook door het plannen en plaatsen van implantaten onder grote-/ full-arch constructies. Dit gaat niet zonder de juiste apparatuur: naast de ConeBeam CT zijn hiervoor anno 2025 intra-orale scanners en een 3D-printer nodig. Bij welke indicaties levert 3D-planning geen voordeel op?

Dr. Wouter Kalk

Kaakchirurg, Frisus MC Heerenveen

14:30
- 15:00
Sessie III - Vrije voordrachten
Voorzitters: Jurrijn Kleinbergen en Boudewijn Rosenmöller
14:31
- 14:40

BARZI GAREB1, LAURA VEENMAN, NICO VAN BAKELEN1, JAPPE BUIJS, THEO HOPPENREIJS2, EELCO BERGSMA2, LOTTE BEUMER2, BAUCKE VAN MINNEN1

1       Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMC Groningen, Groningen
2       Afdelingen Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie Rijnstate, Arnhem, Amphia, Breda en Frisius MC, Leeuwarden

 

Introductie en doelstelling

Langetermijnstudies (>15 jaar) naar biodegradeerbare versus titanium osteosynthese in de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie ontbreken. Deze multicenter gerandomiseerde gecontroleerde trial vergeleek de langetermijn klinische prestaties van titanium en biodegradeerbare osteosynthesesystemen na minimaal 15 jaar follow-up.

 

Materiaal en methode

Patiënten (n=221) die een bilaterale sagittale splijtingsosteotomie en/of Le Fort-I osteotomie ondergingen, of werden behandeld voor mandibula-, maxilla- of zygomafracturen, werden geïncludeerd uit vier Nederlandse ziekenhuizen en gerandomiseerd naar titanium (KLS Martin) of biodegradeerbaar (Inion CPS) osteosynthesemateriaal (1:1). De primaire uitkomstmaat was symptomatische verwijdering van het osteosynthesemateriaal. Secundaire uitkomstmaten omvatten malocclusie, palpabiliteit, zwelling, mandibulaire functie, pijnscores en patiënttevredenheid.

 

Resultaten

Na 15,5–17,7 jaar was verwijdering noodzakelijk bij 21% van de titanium- en 28% van de biodegradeerbare groep, zonder significant verschil (hazard ratio: 1,43; 95%-BI 0,83–2,46; P=0,201). Opvallend was dat 5% van de titaniumgroep symptomatische verwijdering vereiste tussen vijf jaar en de laatste follow-up, terwijl dit in de biodegradeerbare groep niet voorkwam (P=0,045). Palpabiliteit was hoger in de titaniumgroep (P=0,002), maar er werden geen significante verschillen gevonden in malocclusie, zwelling, pijn of mandibulaire functie. Beide groepen rapporteerden een hoge tevredenheid en een goede functie zonder pijn.

 

Conclusie

Symptomatische verwijdering verschilde niet significant tussen de systemen. Wel bestaat er een levenslang risico op symptomatische verwijdering van titaniumplaten, met 5% van de patiënten die dit onderging tussen 5 en 18 jaar follow-up.

14:40
- 14:50

M.P.A. BALKENENDE, M.L. TAN, K. KUIK, N. KLOP, C. KLEVERLAAN, J. DE LANGE, J.P.T.F. HO

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Amsterdam UMC, Amsterdam

Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam

 

De LeFort 1 osteotomie is een veelvoorkomende procedure binnen de orthognatische chirurgie, uitgevoerd om skeletale en dentale afwijkingen te corrigeren of om het luchtwegvolume te vergroten in het kader van obstructief slaapapneusyndroom. Het verplaatsen van de maxilla resulteert in een gewijzigde positie ten opzichte van omliggende anatomische structuren en vereist een stabiele fixatie om optimale botgenezing te waarborgen en postoperatieve complicaties te minimaliseren. Er zijn diverse fixatietechnieken beschreven, maar het is nog onduidelijk welke methode de grootste stabiliteit biedt. Naast conventionele platen worden steeds vaker 3D-geprinte patiënt specifieke implantaten (PSI) toegepast.

 

In deze biomechanische studie werd de stabiliteit van de PSI vergeleken met vijf conventionele plaatconfiguraties: A) Twee L-vormige miniplaten (0,8mm); B) Vier L-vormige miniplaten (0,8 mm); C) Vier L-vormige miniplaten (0,6mm lateraal, 0,8mm mediaal); D) Twee voorgebogen Le Fort I-platen (0,9mm); E) Twee voorgebogen Le Fort I-platen (0,9mm) en twee L-vormige miniplaten. Deze configuraties werden getest bij 5,0mm en 10,0mm advancement op polyurethaan schedels.

 

De resultaten toonden aan dat de PSI significant hogere krachten kon weerstaan dan alle conventionele plaatconfiguraties binnen de 10,0mm advancementgroep. In de 5,0mm advancementgroep werd geen significant verschil gevonden tussen de PSI en de meest rigide conventionele configuratie (E), bestaande uit twee voorgebogen Le Fort I-platen en twee L-vormige miniplaten. Bovendien vertoonden de meeste conventionele configuraties een verminderde stabiliteit bij 10,0mm advancement, terwijl de PSI-configuratie een betrouwbare fixatie bood, ongeacht de grootte van de advancement. Deze resultaten suggereren dat de PSI meer stabiliteit en betrouwbaarheid biedt bij grotere maxillaire advancements.

14:50
- 15:00

H. VAN DER WEL1, H.H. GLAS1, T.M. ZWIJNENBERG1, J. JANSMA2, R.H. SCHEPERS2

1     3D VSP B.V. Virtual Surgical Planning, Bierum, Groningen

2     Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Martini Ziekenhuis, Groningen

 

Introductie en doelstelling

Patiënt Specifieke Osteosynthese (PSO) is een accurate methode voor maxillaire positionering tijdens Bimaxillaire chirurgie waarbij fixatie met 4 platen accurater is dan met een wafer [1]. Binnen de orthognatische chirurgie is de verschuiving naar minimaal invasief een veelbelovende ontwikkeling: Less is More! Het gebruik van PSO  met 2 platen tijdens bimaxillaire chirurgie is een minder invasief alternatief voor de fixatie met 4 platen en sluit beter aan bij dit principe [2]. Het primaire doel van deze studie was de accuraatheid van PSO met 2 paranasale platen  te evalueren. Secundair werd de accuraatheid bij segment osteotomieën bekeken.

 

Materiaal en methoden

In een retrospectief cohortonderzoek in het Martini Ziekenhuis werden 47 patiënten geëvalueerd die een bimaxillaire osteotomie ondergingen met PSO-fixatie van de maxilla met 2 platen. De accuraatheid werd geëvalueerd door de postoperatieve (8 dagen) CBCT te registreren op de preoperatieve planning. Een sub-analyse werd uitgevoerd voor één-, twee- en drie-segment osteotomieën.

 

Resultaten

Het systeem behaalde een sub-millimeter mediane accuraatheid (Ant/Post: 0,7 mm; Up/Down: 0,6 mm; Left/Right: 0,4 mm). De mediane rotationele afwijkingen voor yaw en roll waren onder 1˚. De pitch-deviatie was het grootst (mediaan 1,6˚). Er was geen significant verschil in accuraatheid tussen de 1-, 2- en 3-segment osteotomieën.

 

Conclusie

Het onderzochte PSO-systeem maakt maxillaire repositie mogelijk met hoge accuraatheid, vergelijkbaar  met de PSO methode met 4 platen. De resultaten ondersteunen ook het gebruik bij segmentatie. Verder onderzoek is nodig voor het evalueren van de langetermijnstabiliteit [3].

 

Literatuurreferenties

  1. Diaconu, A., Holte, M. B., Berg-Beckhoff, G., & Pinholt, E. M. (2023). Three-Dimensional Accuracy and Stability of Personalized Implants in Orthognathic Surgery: A Systematic Review and A Meta-Analysis. Journal of Personalized Medicine, 13(1), 125. https://doi.org/10.3390/jpm13010125
  2. Hernández-Alfaro, F., Saavedra, O., Duran-Vallès, F., & Valls-Ontañón, A. (2024). On the feasibility of minimally invasive Le Fort I with patient-specific implants: proof of concept. Journal of Stomatology Oral and Maxillofacial Surgery, 125(3), 101844. https://doi.org/10.1016/j.jormas.2024.101844
  3. Grillo, R., Reis, B. a. Q., Lima, B. C., Pinto, L. a. P. F., & Melhem-Elias, F. (2024). Comparison between 2-plate and 4-plate fixation in Le Fort I osteotomy: A mixed methods systematic review. Oral Surgery Oral Medicine Oral Pathology and Oral Radiology. https://doi.org/10.1016/j.oooo.2024.09.002
15:00
- 15:30
Pauze en expositiebezoek
15:30
- 16:00

Een aanzienlijk deel van de bevolking krijgt ooit te maken met kaakgewrichtspijn en/of functionele kaakgewrichtsstoornissen. De afgelopen jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden van langdurig Conservatief behandelen naar eerder Minimaal Invasief behandelen. Voorgaande ter voorkoming van uiteindelijke Open Gewrichtschirurgie. De zogenaamde DIAMOND TRIAL zal antwoord gaan geven of de stap van artrocentese misschien wel overgeslagen kan/moet worden en er direct overgegaan dient te worden tot een artroscopie.

Bij gelukkig een beperkt aantal patiënten wordt uiteindelijk overgegaan tot Open Gewrichtschirurgie waarbij er in enkele gevallen onacceptabele pijn blijft bestaan en het kaakgewricht steeds verder afslijt. Het is de vraag of we van tevoren kunnen voorspellen bij welke patiënt het goed en bij welke patiënt het niet goed zal gaan.

Dr. Nico van Bakelen

Kaakchirurg, UMC Groningen

16:00
- 16:30
Sessie IV - Vrije voordrachten
Voorzitters: Karel Kuik en Pamela Raaff
16:01
- 16:10

J.F. Sabelis, J. Jansen, A.G. Becking, W. Rademacher, L. Dubois, T.J.J.M. Maal, R. Schreurs

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, Amsterdam UMC, Amsterdam

 

Introductie en doelstelling

Chirurgische navigatie bij orbitareconstructie maakt het mogelijk intraoperatief feedback te verkrijgen over de implantaatpositie. Een beperking van de huidige navigatie is dat deze feedback na plaatsing lastig te interpreteren is. In eerder onderzoek werd een proof-of-concept geleverd voor een real-time navigatietechniek. Dit onderzoek richt zich op preklinische validatie van de doorontwikkelde methode, met speciale focus voor impact op de workflow.

 

Materiaal en methode

In tien kadaverhoofden werden twintig orbitadefecten (Jaquiéry III-IV) gecreëerd. Op basis van Computed Tomography (CT) scans met en zonder defect werd een virtuele planning gemaakt, waarin de optimale implantaatpositie werd gesimuleerd. Twee chirurgen reconstrueerden de orbita’s met navigatie en real-time navigatie. Met eye-tracking werd het kijkgedrag van de chirurgen geanalyseerd. De primaire uitkomstmaat was nauwkeurigheid van implantaatpositie (op basis van postoperatieve CT); secundaire uitkomstmaten waren duur van reconstructie en kijkgedrag. Data werden statistisch geanalyseerd met lineair mixed models.

 

Resultaten

In totaal zijn 78 reconstructies uitgevoerd (iatrogene schade aan één orbita verhinderde twee reconstructies). De nauwkeurigheid van implantaatpositie verschilde niet significant tussen beide navigatietechnieken (translatie 1,7 mm vs 1,7 mm (p = 0.82); roll 4,0° vs 3,2° (p = 0.26); pitch 1,7° vs 1,3° (p = 0.17); yaw 2,3° vs 1,9° (p = 0.41) voor conventioneel en real-time respectievelijk). Real-time navigatie verkortte operatietijd van 9 naar 4 min (p < 0.001) en verminderde blikwisselingen tussen operatieveld en navigatiescherm van 29 naar 15 (p < 0.001).

 

Conclusie

Real-time navigatie biedt vergelijkbare nauwkeurigheid als conventionele navigatie, maar verbetert efficiëntie en focus van de chirurg. Na verdere ontwerpoptimalisaties kan deze methode in klinische studies worden gevalideerd.

 

Subsidieverstrekkers

  • Brainlab AG
  • KLS Martin
16:10
- 16:20

N.L. ROOD, W.J. MOMMA, J. KOBER, R. SCHREURS, T.C.T. VAN RIET

Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie Amsterdam UMC, Amsterdam

 

Inleiding
Submillimeter nauwkeurig opereren in de complexe anatomie van de menselijke schedel is een uitdaging. In de afgelopen jaren zijn een aantal navigerende chirurgische robotsystemen ontwikkeld om hierbij te assisteren, die grootse prestaties claimen. Het doel van deze review is om deze systemen in kaart te brengen.

 

Materiaal en methode

Er werd een search strategie opgesteld, waarmee de databases van Medline, Embase en Scopus werden doorzocht. De gevonden artikelen werden gescreend door 2 onafhankelijke reviewers. Er werd gebruikgemaakt van een data-extractieformulier, waarbij werd genoteerd welke hardware werd gebruikt en welke prestatieparameters werden gekwantificeerd. Deze data werd geanalyseerd om een overzicht te genereren.

 

Resultaten

In totaal werden 158 van de 3.722 gevonden artikelen geïncludeerd. Er werden 28 robotsystemen beschreven, waarvan 3 commercieel verkrijgbaar. Het was slechts in 38% van de gevallen duidelijk welke hardware gebruikt werd. Er werd zeer beperkt en heterogeen gerapporteerd over de prestaties. De meest voorkomende uitkomstmaat was de fout tussen het plan en het resultaat (68%); zelden werd duidelijk wat elk onderdeel van de setup aan deze fout bijdroeg. Er werden 21 verschillende termen gebruikt voor de technische navigatie error.

 

Discussie

Er wordt veel gepubliceerd over robotsystemen die kunnen assisteren bij chirurgische behandelingen in en om de schedel. Ondanks de vele artikelen zijn systeempresentaties onduidelijk en niet vergelijkbaar door ondermaatse en heterogene rapportage. Dit leidt gemakkelijk tot te hoge verwachtingen bij behandelaars, onderzoekers en patiënten. Er is dringend behoefte aan een universele standaard voor rapporteren over hardware en prestaties van chirurgische robotsystemen.

16:20
- 16:30

MANON MOLL, CORALIE ARENDS, LOES BRAUN, MATTHIJS VALSTAR, PETER LOHUIS, PIM SCHREUDER, LOTJE ZUUR, LUDI SMEELE, MAARTEN VAN ALPHEN, LUC KARSSEMAKERS

Afdeling Hoofd-hals Chirurgie en Oncologie – Verwelius 3D lab, Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam

 

Introductie en doelstelling

Hoge-resolutie MRI-sequenties maken het mogelijk om 3D-modellen van de nervus facialis te genereren, hetgeen de centrale vraag oproept hoe deze modellen het meest effectief kunnen worden ingezet bij parotischirurgie. Het doel van deze studie is om de consensus te verkennen over de rol van deze modellen in de praktijk.

 

Materiaal en methoden

Voor deze studie maakten we gebruik van een Delphi-methode bestaande uit drie rondes. Deelnemers waren chirurgen die regelmatig parotisoperaties uitvoeren (9 KNO-artsen en 6 MKA-chirurgen). Ronde 1 bestond uit semigestructureerde interviews over parotischirurgie, innovatie en het gebruik van 3D- modellen. Middels inductieve analyse werden stellingen en vragen gevormd voor een vragenlijst. In ronde 2 en 3 beoordeelden de deelnemers de vragenlijst op een 7-punt Likert schaal. In ronde 2 werden tevens drie verschillende visualisatiemethoden van 3D-modellen (scherm model, geprint en augmented reality) beoordeeld aan de hand van casussen.

 

Resultaten

Een panel van 15 Nederlandse specialisten uit 9 verschillende ziekenhuizen voltooide alle rondes. Ondanks variatie in visie waren duidelijke trends zichtbaar voor verschillende indicaties voor het aanvragen van een MRI scan en 3D-model. Hoewel de meningen over intra-operatief gebruik van deze modellen uiteenlopen, waren de deelnemers positief over het toepassen van 3D-modellen in de preoperatieve planning en tijdens gesprekvoering in de spreekkamer. Onder de visualisatiemethoden werden 3D-geprinte modellen als minder effectief ervaren dan modellen die op een 2D-scherm of in augmented reality werden weergegeven.

 

Conclusie

Ondanks het gebrek aan consensus, zijn deelnemers positief over het toepassen van 3D-modellen van de nervus facialis tijdens preoperatieve planning en gesprekvoering met de patiënt.

16:30
- 16:45

Na in 2017 de BOOA Research Grant te hebben gekregen voor een onderzoek naar fluorescentie beeldvorming bij cutaan plaveiselcelcarcinoom zijn er veel ontwikkelingen geweest.

In deze voordracht worden de ontwikkeling van de afgelopen jaren besproken, maar vooral ook de toekomst.

Waar liggen de kansen? Welke (technologische) verbeteringen zijn in aantocht? Wat is de winst voor de clinicus?

Dr. Floris Voskuil

AIOS MKA-chirurgie, UMCG

16:45
- 17:00
BOOA Research Grant
17:00
- 18:15
Algemene Ledenvergadering NVMKA
18:45
- 23:59
Walking dinner en feest

Zoeken binnen de hele website.